Select country/language:

Ziekenhuis Bronovo

Bronovo, Den Haag | BMA Nieuwsbrief april 2011

Bronovo weer een stap verder
In Bronovo in Den Haag vonden in 2010 bijna vijfentwintighonderd bevallingen plaats. Op het gebied van ICT heeft het ziekenhuis een gezonde ambitie geformuleerd: binnen afzienbare tijd met het EPD ziekenhuisbreed papierloos werken. Op de poli Gynaecologie koos men echter voor Mosos <O> en het Klinisch Dossier <KD>. Gynaecoloog Wim van Wijngaarden en Irma Bezuijen, O&G-verpleegkundige en gebruiker van het eerste uur leggen uit waarom.

Wim van Wijngaarden: ‘We hebben hier gekozen voor Mosos <O> omdat we voorzagen dat een ziekenhuisbreed EPD de verloskunde nooit zo volledig zou kunnen weergeven. En als een EPD dat al zou kunnen, dan nog zou dit te lang duren.’ Een algemeen EPD is immers te zien als een bouwpakket dat door de gebruiker zelf moet worden ingevuld.

Dat kost veel tijd. ‘Als Mososgebruikers wilden we Mosos voor de polikliniek al veel eerder hebben, maar er ontbrak nog een klinisch deel. Toen het Klinisch Dossier uitkwam hebben we hier de knoop doorgehakt.’ De consequentie daarvan is wel dat men op de afdeling met twee dossiers naast elkaar moet werken: ‘Voor ons betekende dit dat de leverancier van het algemene EPD en BMA zich moesten committeren aan een koppeling.’ Ervaringsdeskundige en trekker van het implementatietraject Irma Bezuijen: ‘Wij denken dat met die koppeling het probleem verdwenen zal zijn.’ Van Wijngaarden: ‘Je moet het werken in twee systemen afwegen tegen de nadelen die we nu niet hebben. Anders dan een papieren dossier is Mosos altijd oproepbaar.’

Bronovo case

Wim van Wijngaarden en Irma Bezuijen

Kwestie van goed nadenken
Een implementatie van Mosos <O> en het Klinisch Dossier is een intensief proces dat samenwerking en gelijktijdige beschikbaarheid behoeft van de verschillende afdelingen in het ziekenhuis en BMA. Over alles moet van tevoren zijn nagedacht. Wim van Wijngaarden: ‘De stuurgroep met onder andere vertegenwoordigers van de verpleging, de gynaecologen, de ICT-afdeling (ICTA) en BMA is cruciaal geweest voor de voorbereiding en het uitwerken van een actieplan.’

Een andere essentiële factor was de trekkersrol van Irma Bezuijen: ‘We hadden niet alleen te maken met mensen van allerlei generaties, die het door extra trainingen trouwens heel snel hebben opgepakt, maar we moesten ook goed kijken naar de routing van het papierwerk, naar het hele proces. Waar gaat iemand bijvoorbeeld heen, welke papieren krijgt die persoon mee en hoe kunnen we dat digitaal vormgeven? Nu we eenmaal met Mosos <O> en <KD> werken zien we dat de meerwaarde is dat we nooit meer op zoek hoeven naar een papieren dossier.’

Mosos is bij uitstek ontworpen om de processen in de verloskunde te faciliteren. Wim van Wijngaarden: ‘En wat je op de poli invult in Mosos <O> verschijnt automatisch ook in het Klinisch Dossier.’

Mosos <O> en <KD> zijn na elkaar ingevoerd. Bezuijen: ‘We hebben eerst Mosos <O> ingevoerd op de polikliniek en de verloskamers en toen wilde de afdeling ook snel over op het Klinisch Dossier.’ Wim van Wijngaarden: ‘We zijn begonnen met het digitaliseren van polipatiënten tot 28 weken. Iedereen daarna bleef op papier, en dat betekende dat de afdeling later zou kunnen overgaan op Mosos <KD>. Anders hadden we ze moeten trainen voor iets dat pas drie maanden later zou worden geïmplementeerd.’ Irma Bezuijen: ‘Dat bood ons dus de mogelijkheid om de trainingen door Inge de Lange van BMA te faseren.’

ICT-vergezichten Bronovo
Mosos <O> ging live in april 2010 en Mosos <KD> volgde in juni van dat jaar. Als trouw gebruiker van Mosos <P>, <U> en <CTG> – de laatste module sinds vijftien jaar – heeft Bronovo de afgelopen tijd een aantal desiderata geformuleerd, terwijl men een open oog heeft voor het feit dat een bedrijf als BMA bij de inzet van de inspanningen ook moet meewegen hoe groot de vraag werkelijk is. Wim van Wijngaarden: ‘Ik vind het nog lastig om een duidelijk overzicht uit te draaien voor de overdracht naar een ander ziekenhuis. Als ontvangend ziekenhuis verwacht je een helder, kort en duidelijk overzicht en dat kan nu nog niet met een druk op de knop. Ook het bevragen van de database voor statistisch onderzoek zou naar mijn idee gemakkelijker moeten zijn.’ Irma Bezuijen: ‘BMA heeft gezegd met die overdrachtbrief aan de slag te gaan.’

Zoals vaak gaat het om commitment en communicatie. Wim van Wijngaarden: ‘Ik denk dat hier verbetering mogelijk is. Wij doen onze meldingen aan BMA via onze ICTA. Ook voor BMA is dat niet ideaal, want die hebben dan telkens met andere mensen te maken. Dit betekent dus dat het functioneren van BMA afhankelijk wordt van de dienstverlening door onze ICTA en dat er bij de ICTA voldoende commitment moet zijn voor de ondersteuning van Mosos.’

Er zijn in Bronovo trouwens nog genoeg ICT-vergezichten, zoals een gynaecologisch dossier en een fertiliteitdossier in Mosos, zodat een patiënt, die na een miskraam een gynaecologische patiënt wordt, toch blijvend in Mosos kan worden gevolgd. Een HL7-verbinding tussen Peridos voor de prenatale screening en Mosos staat ook hoog op de agenda in Den Haag.

Net als – in het kader van de gewenste ontschotting tussen de eerste en tweede lijn – een verloskundige Mosos-module waarin de eerste en tweede lijn samen kunnen werken en de eerste lijn de mogelijkheid tot facturatie wordt geboden. Die BMA-facturatiemodule bestaat overigens al. Deze is na een pilot in 2010 operationeel in verschillende ziekenhuizen.

Interested in our solutions?

Please fill in the form and we will contact you within 2 days
Betere zorg voor
moeder en kind
0 weeks
40 weeks
48 weeks