Select country/language:

Universitair Ziekenhuis Antwerpen

STAN®-standaard in het UZA

Professor Yves Jacquemyn van het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen introduceerde eind 2001 als eerste STAN® in België. Sinds die opstart fungeert zijn dienst als Centre of Excellence voor
STAN. Samen met de vroedvrouwen en STAN-trainers Gisèle Possemiers en Suzy Verbruggen zijn er ondertussen honderden gynaecologen, vroedvrouwen en hogeschooldocenten opgeleid. Niet enkel uit Vlaanderen maar ook uit Nederland, Brussel, Wallonië en zelfs uit het Groot-Hertogdom Luxemburg! In onze kalender verderop in deze Nieuwsbrief vindt u de data van de STANopleidingen en het volgende STAN-minisymposium in het UZA.

Professor Jacquemyn is lid van de internationale STAN-expertgroep die regelmatig samenkomt. Tijd voor een gesprek met dé STAN-specialist van België over onderwerpen zoals het grootste STAN-onderzoek ooit, het belang van STAN-opleiding en het nut van geen vakantie te nemen.

U bent de pionier voor STAN in België. Wat gaf voor u de doorslag om eind 2001 met STAN te starten?

“Wij hebben getracht om de STAN-technologie hier te introduceren nog voor deze in België commercieel op de markt verkrijgbaar was, omdat we in de literatuur en via gegevens uit congressen reeds geïntrigeerd waren door de gunstige resultaten van deze methode, met name in de context in Vlaanderen waarbij zo goed als geen microbloedonderzoek gebeurt. Er is ook een persoonlijke component aan deze interesse, met name dat ik mijn oorspronkelijke wetenschappelijke carrière in de elektrofysiologie van het hart begonnen ben en dus een bijzondere interesse had
in het terug toepassen van deze elektrofysiologie in de verloskundige kliniek.”

Ondertussen hebt u samen met de vroedvrouwen en STAN-trainers Gisèle Possemiers en Suzy Verbruggen honderden gynaecologen, vroedvrouwen en hogeschooldocenten ingewijd in de STAN-methodologie. Wat is volgens u nodig voor een succesvolle implementatie van STAN? Welke rol speelt het behalen van het STAN-certificaat hierbij volgens u?

“Om op een succesvolle manier STAN te kunnen gebruiken, denk ik dat een goede training in de interpretatie van het CTG volgens de FIGO-criteria en vervolgens een correct toepassen van de richtlijnen noodzakelijk is. Ik denk dat het behalen van het certificaat een cruciale rol kan spelen in de kwaliteit van het toepassen van het STAN-systeem. Het is enkel door terug te koppelen dat men kan zien of men het systeem echt heeft begrepen en of men volgens de richtlijnen heeft gewerkt. Enkel op die manier kan het systeem functioneren. Ik denk dat voor het succesvol toepassen van STAN met name in de beginperiode het kritisch bediscussiëren binnen de afdeling van tracés en al of niet getroffen maatregelen bij afwijkingen, cruciaal is.”

Op de verlosafdeling van het UZA wordt enkel nog STAN gebruikt. U hebt er drie STAN S31 mét ST-analyse en twee STAN CTG’s. Vanwaar deze keuze?
“Voor de registratie tijdens de arbeid gebruiken we enkel de STAN-monitor. De reden voor het gebruik van STAN-monitors met en zonder ST-analyse is dat dit een betere uniformiteit geeft van de gebruikte apparatuur en de mogelijkheid om apparaten onderling uit te wisselen, eventueel te upgraden en te integreren met de centrale foetale bewaking van Mosos die we gebruiken.”

In Nederland, maar ook daarbuiten is er veel te doen rond de publicatie van een grote Nederlandse gerandomiseerde klinische studie, waarin STAN werd vergeleken met cardiotocografie
met microbloedonderzoek. De resultaten zijn zeer positief voor STAN. Wat zijn de belangrijkste resultaten volgens u?
“De Nederlandse studie heeft bevestigd dat men bij het gebruik van STAN zonder toename van de foetale en neonatale problemen er een reductie was van het aantal gevallen van metabole acidose.
Afhankelijk van de berekeningswijze bedroeg deze reductie 30 tot 44%. Blijkt ook dat microbloedonderzoek merkelijk minder vaak dient te worden toegepast, en dit dan wel zonder een verlies in kwaliteit voor de foetale uitkomst. Het belang van deze studie zit hem in het gegeven dat in die landen waar nog wel frequent microbloedonderzoek wordt uitgevoerd, men kan besluiten dat op veilige wijze een groot aantal van deze microbloedonderzoeken kunnen worden vermeden.”

Waar zou in de toekomst moeten aan gewerkt worden om STAN nog beter te kunnen gebruiken op een verlosafdeling?
“De punten waar men nog meer aan zou moeten werken op gebied van STAN blijven voorlopig de bekende problemen. Hoe om te gaan met STAN en ST-analyse wanneer men geen  microbloedonderzoek verricht of kan verrichten? Er blijven ook af en toe technische problemen van signaalverlies bestaan. En het belangrijkste probleem dat dient opgelost te worden is de
soms moeilijke interpretatie van het cardiotocogram om het in de juiste FIGOklasse onder te brengen, met name de twijfelgevallen tussen suboptimaal en abnormaal CTG. Het gebruik van een geïnformatiseerd of geautomatiseerd systeem dat het cardiogram in klassen kan onderverdelen, waarvan verschillende versies nu in ontwikkeling zijn trouwens, zal waarschijnlijk de reproduceerbaarheid van het systeem nog kunnen verhogen. Het zou natuurlijk ook bijzonder boeiend zijn om iets meer gegevens te hebben over het gebruik van de STAN-monitor bij kinderen voor 36 weken.”

U bent lid van de organisatie Artsen zonder Vakantie. Kunt u hierover wat meer vertellen?
“Artsen zonder Vakantie is een heel ander aspect van mijn leven. Daar waar de foetale bewaking en de ST-analyse handelt om zeer gesofistikeerde apparatuur en eigenlijk om het verbeteren van
de uitkomst voor moeders en kinderen bij een beperkt deel  van de bevolking gaat, keer je met Artsen zonder Vakantie terug naar de basiszorg en probeer je voor het grootste deel van de bevolking een heel basale zorg te bieden gedurende een korte tijd en ook iets achter te laten zodanig dat lokaal de artsen verder kunnen. Artsen zonder Vakantie biedt de mogelijkheid om wat je in Europa aan chirurgische en technische expertise hebt gewonnen over te dragen naar minder ontwikkelde landen en aan te passen aan de lokale context. De organisatie heeft als hoofddoel om de  plaatselijke artsen technieken aan te brengen waarmee ze hun patiënten zo goed mogelijk kunnen helpen. Het betreft bijvoorbeeld het drama van de vesicovaginale fistels bij Afrikaanse vrouwen.
Door het aanbrengen van correcte technieken om in geval van problemen een keizersnede uit te voeren en door het samen inoefenen van technieken om deze fistels te herstellen, hopen we dit probleem steeds te verminderen. Ik kan hierbij alleen maar een oproep doen, zodat alle geïnteresseerde artsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen, en we hebben er altijd nodig, zich kunnen informeren op de website www.azv.be. Daar kan je zien  wat Artsen zonder Vakantie allemaal doet en welke acties je zelf kan nemen. Mensen die willen helpen kunnen ook een storting doen, die bovendien fiscaal interessant is, via het rekeningnummer 733-1000100-60. Meer informatie vind je op de website.”

 

Interested in our solutions?

Please fill in the form and we will contact you within 2 days
Betere zorg voor
moeder en kind
0 weeks
40 weeks
48 weeks