Select country/language:

Universitair Medisch Centrum St. Radboud

STAN® op alle verloskamersvan UMC St Radboud

Sinds maart 2010 is professor Frank Vandenbussche hoofd Verloskunde van UMC St Radboud te Nijmegen.  In de tussentijd heeft hij bepaald niet stilgezeten, want sinds kort gebruikt men er op alle zes verloskamers STAN®. Frank Vandenbussche over STAN, MBO en foetale bewaking.

In 1999 promoveerde u aan de Universiteit Leiden op een onderzoek naar de zuurtegraad van het foetale bloed tijdens zwangerschap en geboorte en de consequenties van een zeer lage bloed-pH voor het kind. Vanwaar nu de interesse voor STAN?

‘We blijven natuurlijk zoeken naar betere foetale bewaking tijdens de baring. We willen vroegtijdige en accurate identificatie van foetale nood en dat met zo min mogelijk invasieve methoden. Ik denk dat STAN een stap in de goede richting is. In vergelijking met CTG alleen heb je volgens de meta-analyse 40% minder microbloedonderzoek, 30% minder metabole acidose en 10% minder kunstverlossingen. Reden genoeg lijkt me.’

Op de zes verloskamers van UMC St Radboud zal alleen nog STAN worden gebruikt. Heeft de studie van Michelle Westerhuis bij deze keuze een rol gespeeld?

‘De Nederlandse STAN-studie en de daaropvolgende meta-analyses hebben voor ons een belangrijke rol gespeeld bij de beslissing om STAN te omarmen. Verder is het zo dat STAN geen nadelen heeft voor de patiënt en extra informatie oplevert. Voor ons was vanaf het begin duidelijk dat als we voor STAN zouden gaan, dat we het dan op al onze tweedelijnsverloskamers zouden installeren.
Anders moet je telkens weer kiezen welke vrouw wel STAN krijgt en welke vrouw niet. Dat leek ons onrechtvaardig en bovendien vervelend voor een goede implementatie.’

Wat is de plaats van MBO en STAN in de foetale bewaking? Vullen ze elkaar aan? Zijn er voordelen verbonden aan het gebruik van STAN in combinatie met MBO?

‘De foetale bloed-pH blijft de gouden standaard in de foetale bewaking, maar het is een onderzoek dat op zijn minst onaangenaam mag worden genoemd. Nadelen zijn het percentage mislukkingen, het vrouwonvriendelijke aspect, de  mogelijke complicaties bij het kind en het feit dat het een momentopname blijft. Daarom proberen we het aantal microbloedonderzoeken in onze kliniek te reduceren door de indicatie scherper te stellen, door single-use MBO-setjes waarmee de ingreep vaker lukt, en door alleen pH en lactaat te bepalen, waardoor we bijna altijd een uitslag krijgen. Van STAN  verwachten we natuurlijk een verdere reductie: optimale foetale bewaking tegen minder dan 5% microbloedonderzoeken.’

Hoe hebt u de implementatie aangepakt?
‘Vooraf hebben we met de perinatologen en de aio’s een aantal keer gediscussieerd over voor- en nadelen van STAN. We zijn ongeveer een jaar geleden al begonnen met de introductie van de IGOrichtlijnen voor CTG-beoordeling. Dat speelt namelijk een cruciale rol bij het interpreteren van de extra informatie met STAN. Toen het besluit tot aanschaf genomen was, hebben we de STAN-cursussen georganiseerd voor gynaecologen, aio’s, klinisch verloskundigen en verpleegkundigen. Het was heel  mooi dat de docenten voor die cursussen naar ons ziekenhuis zijn gekomen. En deze maand worden alle CTG-apparaten op de verloskamers vervangen door STANapparatuur. Dat wordt een soort big bang. Ik ben benieuwd. Maar ik ga ervan uit dat elk ochtendrapport
dan een mini-STAN-cursus wordt.’

Interested in our solutions?

Please fill in the form and we will contact you within 2 days
Betere zorg voor
moeder en kind
0 weeks
40 weeks
48 weeks